TECHNIEKEN

Kleisoorten

 

De klei die ik gebruik is fabriekmatig samengesteld. Op de verpakking staat aangegeven wat de maximale temperatuur is die het kan verdragen. Ik ben een aantal jaren geleden begonnen met chamotteklei 40% 0-2mm, best wel grof wanneer je mensfiguren wilt maken. Dan bedoel ik uitgewerkte gezichten i.p.v. een bolletje op een romp. Natuurlijk zitten de steentjes precies op de plaats waar je ze niet kunt gebruiken, in de ogen of precies op het puntje van de neus maar juist door die keuze leer je heel goed met de klei om te gaan. En natuurlijk moet het dan niet een figuurtje zijn van 15 cm hoog want dan kan je het wel vergeten maar bij een kop van 10 – 15 cm is het best te doen en geeft die grovere klei een speciale uitstraling. De mogelijkheden voor het maken van mensfiguren zijn onuitputtelijk waarbij je door het gebruik van een andere kleisoort, bijv. een zwartbakkende 25% 0 – 1mm chamotteklei een heel ander effect krijgt dan wanneer je witte klei van dezelfde samenstelling kiest. 


Keramiek gereedschap

 

Toen ik pas begon heb ik weleens een mal gebruikt om een eenvoudige schaal te maken maar met mallen heb ik niets, te voorspelbaar. Wel gebruik ik latten langs de wanden van het tuinkeramiek om een strakke vormgeving te waarborgen en planken in allerhande formaat die steun geven aan de wand wanneer ik die aan de binnenzijde afstrijk of uitklop. Bij de verspringingen in de wand worden ook op maat gemaakte latten gebruikt die ik er weer tussen uit haal wanneer de klei een goede stevigheid heeft maar nog niet leerhard is. Als je te lang wacht krijg je beschadigingen of scheuren doordat de klei krimpt. Gereedschap dat o.a. in mijn atelier is te vinden is uiteraard (verschillende soorten) klei, snijdraad, driehoek, duimstok en rolmaat, waterpas, houten of MDF platen om het werk op te bouwen, kleibok hoog en laag en diverse draaiplateau’s, houten roller, mirettes, boetseerhoutjes en spatels, waterverstuiver, grote lappen en plastic om het werk af te dekken, penselen en kwasten, grondstoffen om glazuren samen te stellen en een glazuursspuit. 


Vorm geven

Dit is natuurlijk het aller moeilijkst. Wat wil je maken, welke uitstraling moet het hebben, welke sfeer, moet een portret of figuur lijken of geef je het een vrije vorm met herkenbaarheid. Ik maak vaak een tekening van wat ik wil maken. Die zet ik over op ruitjespapier zodat ik gemakkelijk de juiste verhoudingen krijg. De oude Egyptenaren deden al niet anders! Daarnaast boetseer ik een klein model. Daarvan kan je ook de maten overnemen om het 2 tot x maal te vergroten. Het geeft een mooi houvast, zeker als je je werkstuk hol opbouwt. Vorm geven is een volstrekt persoonlijke aangelegenheid. Wat de een mooi vindt, vind de ander afschuwelijk of het spreekt hem niet aan. Doe wat je zelf goed vind maar hou je wel aan een paar basisregels waardoor er evenwicht in je vormgeving komt. Als ik iets heb gemaakt wat me erg aanspreekt kan het zijn dat ik het volgende net een iets andere vorm geef waardoor het beter past bij mijn idee. Sommige stukken lijken daardoor wel op elkaar maar zijn nooit hetzelfde. Van alles maak ik daardoor maar één exemplaar. Bedenk ook dat lang niet alles lukt maar tenslotte is het ook zo: oefening baart kunst en de aanhouder wint. 


Biscuit bakken

Als het werk helemaal droog is kan de oven ingepakt worden. De temperatuur waarop ik meestal stook is 900 Celcius. Na deze brand kan het keramiek nog voldoende oxiden en/of glazuur opnemen om een mooi resultaat te geven. Ik stook langzaam op en laat de ovendeur tot ongeveer 200 C. op een kier staan waardoor er veel nog overgebleven vocht kan ontsnappen. Als je gesloten vormen hebt vergeet dan niet dat er een gaatje in moet zitten waardoor de lucht weg kan anders zal het zonder pardon kapot springen. Ik controleer altijd of het bij de laatste afwerking toch niet is dicht geraakt.


Glazuren

Er zijn vele glazuren kant en klaar te koop en die gebruik ik ook wel maar mijn voorkeur heeft het wel om de kleuring zelf samen te stellen met oxides of met kleurpigmenten. Ik maak proefplaatjes met verschillende percentages en in verschillende combinaties en noteer zorgvuldig de samenstelling. Ook noteer ik waar ik ze in de oven heb geplaatst  en natuurlijk bij welke temperatuur ze worden gebakken. Een spannend moment is het om de ovendeur te openen en het resultaat te zien. Op basis van de resultaten glazuur ik mijn werkstukken. 


Glazuurbrand

Keramiek dat in de tuin komt te staan bak ik op 1150 of 1160  C. waardoor de scherf dicht sintert. Eerst zette ik de grote potten (bodemafmeting 40 x 40cm) op de vloer van de oven maar dat gaf scheuren. Daarna strooide ik zand op de ovenvloer zodat de bodem van de pot daar bij grote hitte wat op kan bewegen maar ook dat is niet de oplossing. Ik zet nu de grote potten op lage stapelproppen waardoor de hete lucht gelijkmatiger het keramiek kan bakken. Bij de kleinere stukken is deze hoge temperatuur geen probleem en doen zich nooit scheuren of barsten voor. Mensfiguren bak ik tussen de 1020  en 1060  C. Hoe nieuwsgierig ik ook ben, de ovendeur open ik pas als de temperatuur onder de 100  C is afgekoeld.